15 sep. 2013 – Opinieartikel – Financieele Dagblad

Over de noodzaak een snelle transitie naar een duurzame energiehuishouding te realiseren bestaat gelukkig geen discussie. Misschien is dat het eerste goede nieuws van het vorige week door de betrokken partijen ondertekende energieakkoord. Tweede goede nieuws is dat het kabinet, na jarenlang de koers op gebied van milieu volledig te zijn kwijt geweest, nu eens de neuzen de goede kant op zet. Ook is het akkoord goed nieuws vanwege de keuze voor energiebesparing als eerste pijler in de maatregelen. Maar nu de praktijk.

‘Het meest duurzaam is de energie die je niet gebruikt’ wordt wel gezegd, en daarom is de aandacht voor energiebesparing een goed gekozen uitgangspunt en terecht de eerste pijler in het akkoord. Genoemd doel hierbij is om jaar op jaar 1,5% te besparen. Het akkoord richt zich hierbij echter vooral op burgers en de bestaande woningvoorraad, terwijl het enorme energieverbruik in ‘maatschappelijk en overig vastgoed’ in één alinea afgedaan wordt. Gemeentelijke instellingen, onderwijs, sport, cultuur, de zorg; deze hele groep wordt doorverwezen naar het ‘onafhankelijke expertisecentrum’- een nieuw orgaan dat zich nog niet laat duiden. Voeg hierbij kantoren, winkels, het gros van het midden- en kleinbedrijf en constateer dat de verhoudingen in dit akkoord zoek zijn. Deze categorieën zijn verantwoordelijk voor ruim 40% van het totale energieverbruik in Nederland, tegenover 15% van de huishoudens. Daarmee wordt tevens duidelijk dat de besparingsdoelstelling bij lange niet te halen is in de bestaande woningvoorraad. Binnen de doelgroep van gemeentelijke instellingen, kantoren, zorgcomplexen en een groot deel van het midden- en kleinbedrijf bestaat een groot besparingspotentieel dat met relatief eenvoudige maatregelen kan worden gerealiseerd. Het energieverbruik in woningen daalt al enkele jaren en zal met staand beleid, zoals de steeds strengere Energie Prestatie Coëfficiënt, blijven dalen. Ook het groeiende aandeel van huishoudelijke apparaten met een energielabel A draagt daar aan bij. Het energieverbruik bij bedrijven en instellingen daarentegen neemt jaarlijks sterk toe. Voor gebouwen in handel, diensten- en overheidssector steeg het verbruik het afgelopen decennium volgens cijfers van ECN met maar liefst 50 petajoule (PJ) tot het huidige niveau van bijna 350 PJ per jaar.

In de gebouwde omgeving is de verspilling groot, maar ook relatief eenvoudig aan te pakken. Denk maar aan de verlichting van gebouwen buiten werktijd en de klachten over te warme kantoren. De praktijk leert dat alleen al door het verbruik van energie op dagelijkse basis inzichtelijk te maken, besparingen worden gerealiseerd van 5% en meer. Daarvoor zijn investering in (bouw-)technische maatregelen niet nodig; pure bewustwording zorgt al voor een besparing van meerdere procentpunten. Klimaatinstallaties blijken in minstens de helft van de gevallen ontregeld te zijn, zo is uit onderzoek van TNO gebleken. Energie verdwijnt in apparatuur en machines die op dat moment niet eens gebruikt worden. De lijst is lang, en daarmee is het potentieel groot: met een besparing van 5% komt de doelstelling al in beeld.

Het energieakkoord gaat echter niet verder dan de belofte dat ‘Rijk en gemeenten projecten voor verduurzamen van de energievoorziening in maatschappelijk vastgoed zullen aanjagen’, zo valt op pagina 22 te lezen. En dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een ’grootschalige introductie van de aanpak stimuleert in 2015.’ Waarom dan pas? Want in de gebouwde omgeving kan door renovatie en investering in energiezuinige toepassingen en decentrale opwekking een nog veel groter besparingspotentieel ontsloten worden. Private financiering daarvan middels een Energy Service Company (ESCo) – een bedrijf dat het onderhoud en beheer van de (klimaat-) installaties van gebouwen overneemt –  is een inmiddels bewezen business case met publieke voorfinanciering als kickstarter. Dan is een besparing van 20% per 2020 geen fictie meer. Zo heeft een ESCo van Strukton in Rotterdam een meerjarig energieprestatiecontract gesloten voor de verduurzaming van negen zwembaden waarmee minstens 34% van de energiekosten en 15% op de onderhoudskosten wordt bespaard. Het energieakkoord is een prima begin, maar het lijkt als of de betrokkenen het wiel opnieuw willen uitvinden en daarbij voorbij gaan aan de dagelijkse praktijk. Bedrijven en instellingen hebben al in toenemende mate aandacht voor hun energiehuishouding.

Er bestaan al tal van maatregelen en methodieken om energieverbruik in de gebouwde omgeving terug te dringen. ESCo’s draaien in praktijk al, en realiseren zo in onder meer bestaande kantoren en ziekenhuizen een blijvend duurzame energiehuishouding. Maar voor een grootschalige transitie is het te weinig. We zitten niet te wachten op een overheid die plannen maakt. We willen een overheid die actief faciliteert en zowel financieel als fiscaal mee- in plaats van tegenwerkt. Geen ‘expertisecentrum’, maar concrete regelingen die zichzelf meer dan terugverdienen. Dat zou de basis kunnen zijn voor het Deltaplan Energietransitie dat Nederland broodnodig heeft.

(S. van Ligtenberg / S. Schootstra) © 2013 Enodes